De behandelingsopties
- conservatief
De milde en matige vormen van het achterste kruisbandletsel worden meestal conservatief behandeld met fysiotherapie. Het betreft de graad I en II letsels zonder instabiliteit aan de buitenzijde. Kracht en coördinatietraining van de bovenbeenspieren en dan in het bijzonder de quadriceps aan de voorzijde leidt meestal tot een vermindering van instabiliteitklachten. De fysiotherapeut speelt daarbij een belangrijke rol. Een pro-actieve rol van de patiënt is daarna noodzakelijk. Een brace kan de knie ondersteunen bij de verhoogde belastingsmomenten zoals tijdens sport maar biedt geen absolute bescherming. Bij een graad II letsel met instabiliteit aan de buitenzijde van de knie kan bij jonge actieve patiënten een operatieve stabilisatie worden overwogen.
- operatief
Bij de ernstige vormen van instabiliteit (graad III) en zeker als sprake is van een draaicomponent in de instabiliteit zoals bij letsels aan de buitenzijde van de knie (zie boven) wordt gekozen voor een operatieve behandeling. Onder arthroscopische controle wordt de achterste kruisband vervangen. Omdat helemaal achter in het kniegewricht wordt geopereerd nabij de grote vaten en zenuwen is deze operatie technisch moeilijk en worden speciale maatregelen genomen teneinde beschadiging van deze structuren te voorkomen. De huidige tendens is een dubbelbundel techniek zoals op de foto zichtbaar is. Hier is gebruik gemaakt van een dubbel bundel donor achillespees.
Zo wordt bij voorbeeld röntgendoorlichting gebruikt tijdens de operatie en wordt ook vaak gekozen voor een extra toegangs steekgaatje (portal) aan de binnen achterzijde van de knie. De eigen kniepees of de pees van de bovenbeenspier (rectuspees) worden gebruikt bij de uni-bundel techniek.
Indien de zogenaamde dubbel-bundel techniek wordt gebruikt, hetgeen de huidige techniek van voorkeur is, wordt meestal een donor achillespees gebruikt of de eigen hamstrings (zie ook operatieve behandeling voorste kruisbandletsels). Belangrijk is ook de instabiliteit op grond van het letsel aan de buitenzijde van de knie te behandelen. Hiervoor zijn diverse technieken bekend.
De arcuatum fractuur, een avulsiefractuur van het fibulakopje, wordt nogal eens gemist en kan de oorzaak zijn van behoorlijke instabiliteit. Het geavulneerde fragment dat op de röntgenfoto meestal goed herkenbaar is, dient binnen 2 weken te worden gerefixeerd.
Aan het fragment hechten de bicepspees en de laterale collaterale band aan. Bij de nabehandeling wordt altijd gebruik gemaakt van een beschermende brace gedurende 6 tot 8 weken. In een latere fase worden de voorste of achterste kruisband die vaak in het letsel betrokken zijn, gerepareerd.
De nabehandeling van de achterste kruisbandreconstructie vergt veel aandacht van de patiënt en de fysiotherapeut. De revalidatie duurt ongeveer 9 maanden.
In het algemeen zijn de resultaten van de achterste kruisband operaties minder voorspelbaar en succesvol dan de operatieve behandeling van het voorste kruisbandletsel. Dit heeft onder meer als oorzaak dat de anatomie van de achterste kruisband moeilijk is na te bootsen en vanaf dag 1 na operatie het onderbeen door de zwaartekracht wil uitzakken waardoor meteen ongunstig gerichte krachten op de nieuw achterste kruisband inwerken. Dit geldt ook voor de al langer bestaande achterste kruisbandletsels waarbij het onderbeen als het ware een nieuwe positie naar achter heeft ingenomen. Herstel van de achterste kruisband is dan vaak minder succesvol.
Een andere oorzaak van een falende operatie is het niet of onvoldoende stabiliseren van letsel(s) aan de buitenzijde van de knie. Zoals boven al is gesteld, zijn er diverse operatietechnieken om een letsel van de buitenband (laterale collaterale band) en/of van de popliteuspees, die een belangrijke stabilisator aan de buitenachterzijde van de knie is, te herstellen.
Op de foto wordt een strip van de bicepspees gebruikt om de buitenzijde te stabiliseren (Bousquet of Fanelli plastiek). Met deze mini-open operatie wordt het beschadigde weefsel "geaugmenteerd". Een duidelijk meer ingewikkelde en technische moeilijkere reconstructie waarmee nagenoeg alle belangrijke structuren aan de buitenzijde en buiten achterzijde van de knie worden hersteld,wordt getoond op de rechter foto. Met de schroeven worden de structuren gefixeerd.


Soms is de kraakbeenschade in het gewricht tussen bovenbeen en knieschijf of aan de binnenzijde al te ver gevorderd en leidt een gestabiliseerde knie om die reden niet tot een goed functioneel belastbare knie. Dan kan soms beter worden geopteerd voor een knieprothese waarmee instabiliteit en pijn worden bestreden en een eventuele as afwijking kan worden gecorrigeerd.
Op de foto links wordt de knie afgebeeld van een nog jonge patiënt (40 jaar) met de gevolgen van een op 19-jarige leeftijd opgelopen letsel van de achterste kruisband in combinatie met letsel aan de buitenzijde van de knie (het posterolaterale complex). De conservatieve behandeling heeft hier geleid tot een artrose. De enige optie bij forse klachten is hier een knieprothese!


