de complicaties bij een osteotomie
Als een osteotomie technisch goed wordt uitgevoerd, de fixatie adequaat is en de botvlakken consolideren in de daartoe bestemde tijd van 6 tot 10 weken is de kans op een complicatie (infectie, tijdelijke zenuwprikkeling, trombose, bloeding en loge syndroom) klein. Ter bestrijding van een postoperatieve infectie worden antibiotica gegeven. Sporadisch wordt een vertraagde genezing (delayed union) van de botvlakken gezien of verlies van de gecorrigeerde stand. Incidenteel zakt het gecorrigeerde botsegment verder in door zachte botkwaliteit, overgewicht of onvoldoende fixatie hetgeen kan leiden tot een over-correctie met nieuwe klachten.
Op de röntgenfoto is het gecorrigeerde O-been uiteindelijk een pijnlijk X-been geworden met rekpijn over de binnenband (de mediale collaterale band). De osteotomie is hier zijn doel voorbij geschoten. Dit kan overigens ook consequenties hebben voor een latere knieprothese. De fixatie van een osteotomie (kram of plaat met schroeven) kan losraken of uitbreken. Op de foto is goed te zien dat de kram die is ingebracht om de botvlakken bij elkaar te houden, is uitgebroken.
Dit leidt tot verlies van correctie en er is een reële kans dat de osteotomie niet of in een foutieve stand geneest. Een nieuwe operatie is dan meestal noodzakelijk om dit te corrigeren.
Een dergelijke complicatie kan ook optreden bij het gebruik van een plaat en schroeven als de zaagsnede niet goed is gepositioneerd of als een patiënt te snel te veel belast. Op de foto is te zien dat de plaat is gebroken (zwarte pijl) en dat de zaagsnede in het gewricht uitkomt (rood teken) hetgeen een technische onvolkomenheid betreft. Ook in dit geval is er een duidelijke indicatie tot een herstel operatie.
Soms ontstaat een fractuur of fissuur door de stress die ontstaat bij de correctie. Als er geen verplaatsing in de fractuur is hoeft dit geen gevolgen te hebben voor het uiteindelijke resultaat. Op de foto rechts is bij de rode pijlen een dergelijke stressfissuur zichtbaar.
Soms ontstaat een tijdelijk krachtverlies in de voetheffers of de grote teenheffer. Bij een technisch goed uitgevoerde operatie berust dit meestal op een lokale bloeding en de zenuwuitval (nervus peroneus) herstelt doorgaans in enkele weken tot soms enkele maanden (soms zes tot negen maanden!) volledig. Direct aansluitend aan de operatieve behandeling controleren de operateur en de verpleegkundige de status van de zenuw door aan de patiënt te vragen de voet te bewegen.
Ten gevolge van de huidsnede ontstaat vaak een verdoofd huidgebied aan de buitenzijde van het onderbeen vlak onder de knie. Hiervan heeft de patiënt geen functionele klachten en het verdoofde huidgebied wordt in de loop van de tijd kleiner. Er bevinden zich talrijke zenuwtakken rond de knie die vlak onder de huid liggen en bij het aanbrengen van de huidsnede worden doorgenomen. Ook kunnen tijdelijke klachten ontstaan ter hoogte van de osteotomie van het kuitbeen die worden veroorzaakt door beweging van het kuitbeen tot ongeveer 4 weken en in latere fase kunnen worden verklaard als gevolg van lokale verklevingen tussen het genezende bot en de in de buurt lopende spieren en de huid. De glijlagen herstellen in de loop van enkele maanden en deze klachten vormen vrijwel nooit een aanleiding om een lokale behandeling te verrichten. Voortdurende pijnklachten ter plaatse van het kuitbeen worden soms veroorzaakt door het feit dat de osteotomie van het kuitbeen niet geneest.
Er kan een pseudartrose (schijngewricht) ontstaan. Op de foto geeft de pijl de pseudartrose aan. Deze zogenaamde hypertrofische pseudartrose (het beeld lijkt op een olifanten voet) heeft stabilisatie nodig om te consolideren (genezen). Een plaatje met schroeven is in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk. Soms zijn er klachten van het ingebrachte fixatie materiaal. Dit kan de reden zijn om het materiaal te verwijderen. Deze operatie kan in dagbehandeling worden uitgevoerd. Een kram die geen klachten veroorzaakt behoeft doorgaans niet te worden verwijderd. Een plaat met schroeven kan wat meer klachten geven, zeker als deze zich aan de binnenzijde van het onderbeen onder de knie bevindt waar de weke delen bedekking dunner is en wordt om die reden veelal wel verwijderd.
Het complete herstel na een osteotomie duurt meestal langer dan na implantatie van een knieprothese die meestal direct belastbaar is. Een hersteltijd van 6 tot 12 maanden is niet ongewoon!
Een belangrijk voordeel van de standscorrectie is het feit dat de eigen versleten knie nog niet behoeft te worden vervangen. Een osteotomie kan de plaatsing van een knieprothese vaak langdurig (jaren) uitstellen. Op de foto ziet u het resultaat 20 jaar na een dubbelzijdige osteotomie. Opvallende bevinding is het feit dat de benen opnieuw een duidelijke O-stand hebben gekregen. Er is nu een indicatie voor een totale knieprothese.

