Diagnose
De diagnose is gebaseerd op het trauma mechanisme en het lichamelijk onderzoek. Met de knie in 70 graden gebogen stand kan het onderbeen naar achter worden verplaatst ten opzichte van het bovenbeen. De mate van verplaatsing is doorgaans goed te meten bij deze zogenaamde achterste schuifladen test. Deze is vooral uitgesproken bij de oudere achterste kruisband rupturen. 
De spieren van het bovenbeen moeten goed ontspannen zijn. De achterste schuifladen test wordt gegradeerd in drie graden: graad I (< 5 mm), graad II ( 5 tot 10 mm) en graad III (> 10 mm). Indien er ook sprake is van een letsel aan de buitenzijde van de knie (posterolaterale instabiliteit) is de achterste schuifladentest meer uitgesproken.
Er zijn nog een aantal testen die vooral positief zijn bij de al langer bestaande letsels van de achterste kruisband zoals de “uitzak-test” of het gravity sign waarbij de heup en knie 90 graden gebogen zijn in liggende houding en het onderbeen uitzakt onder invloed van de zwaartekracht (gravity). Indien het onderbeen verder naar buiten kan worden gedraaid dan de niet aangedane zijde (een verschil groter dan 15 graden is significant bij deze zogenaamde exorotatie test) bestaat ook verdenking op een letsel van de structuren aan de buitenzijde van de knie. Deze test noemt men de "dial test".
Het is zeer belangrijk om dit aandeel in de totale instabiliteit adequaat te beoordelen omdat dit niet alleen de indicatie voor de aard van de operatieve behandeling bepaalt maar ook de uiteindelijke functionele stabiliteit na een operatieve behandeling (zie verder) bepaalt.
Aanvullend onderzoek wordt verricht met een conventionele röntgenfoto waarop soms een fractuur nabij de aanhechting van de achterste kruisband wordt gezien (onderbeen achterzijde) of met behulp van een MRI onderzoek waarbij tevens eventuele begeleidende letsels in de knie kunnen worden beoordeeld. Het letsel aan de buitenzijde van de knie is op de MRI moeilijk te kwantificeren omdat een MRI immers een statische weergave is van het letsel en niet correleert met de meer dynamische instabiliteit(klachten) die aan het letsel verbonden is(zijn). Ook nu geldt dat een MRI de klinische verdenking op letsel van de achterste kruisband of letsel aan de buitenzijde van de knie kan bevestigen. Een MRI is geen weergave van de mate van instabiliteit en is niet de reden om een operatieve behandeling te verrichten! De indicatie voor operatie is de mate van instabiliteit zoals die door de patiënt wordt geuit.
Op de conventionele röntgenfoto is een geavulneerd fragment goed zichtbaar. Het fragment is ongeveer 1,5 cm naar boven verplaatst. Dit is een indicatie om het fragment met een schroef te refixeren, zeker bij de jonge en actieve patiënt.
Achterste kruisbandletsels komen ook veelvuldig voor bij een luxatie van de knie. Het betreft meestal een zogenaamd hoog-energetisch trauma zoals bij verkeersongevallen (motor), vechtsporten ( foto linksonder) en met de nieuwere sporten wake-boarden en kite-surfen waarbij het kniegewricht veel krachten moet weerstaan.
Op de is röntgenfoto rechts is een geluxeerde stand van de knie te zien van een kite-surfer met in dit geval letsel van de achterste kruisband en de mediale collaterale band. Bij dergelijke traumata komt soms ook vaat- en zenuwletsel voor en is er meestal een indicatie tot spoedige operatieve interventie.




